IN DE HAVEN VAN AMSTERDAM
Peter ter Heege, Gilles Graafland – Zänph

Aan de kaai van het IJ
zit een dronken toerist
In de verte een pont,
gehuld in de mist
Het water dat klotst en vertelt van de tijden
Van jonge matrozen en lichte meiden

Gezang van de schepen
Die daar zijn gelegen
Zeelui die dwalen
Door sloppen en stegen
Op zoek naar het bier
In een kroeg waar men lacht
Denkend aan thuis
Waar hun lief op hun wacht

De haven van Amsterdam
Waar ik ooit met mijn schip aankwam
Mij verloor in de mooiste dromen
Vol van verlangen weer terug te komen

Na het vertrek uit de haven
Nog eens omgekeken
Een bezoek aan de stad
Dat zo kort had geleken
Een traan in het oog en wie zal het zeggen
Je schip weer eens snel in Mokum aan mag leggen

De haven van Amsterdam……

De toerist is vertrokken
de meiden zijn zwaar
de mist opgetrokken
het uitzicht weer klaar
de zeilen gehesen
ten afscheid een toost
op Mokum geheven
zij bood ons weer troost

weer eenmaal op zee
denk terug aan die stad
haar lief en haar leed
haar geheimen, haar schat
een stad die voor altijd Mokum zal heten
stad van m’n hart die ik nooit zal vergeten

De haven van Amsterdam
Waar ik ooit met mijn schip aankwam
Mij verloor in de mooiste dromen
Vol van verlangen weer terug te komen