Visparadijs

Op een zomerse avond liep ik door de haven,
om m’n hoofd en m’n hart aan de zeelucht te laven.
Ik hoorde een visser, die zong daar een lied,
vol weemoedig verlangen, de dood in ‘t verschiet….

refrein:
In m’n oliepak en m’n zuidwester,
trotseer ik de stormen op zee.
Ik hijs alle zeilen, ik moet me beijlen
voor ‘t eind van de reis: het visparadijs.

Het visparadijs,  waar een visser wil zijn,
het ware walhalla van zalm en tonijn.
Je hoeft niet te sjorren aan netten en korren,
de vis springt aan boord t’wijl je drinkt van je wijn…

refrein.

In m’n oliepak en m’n zuidwester,
trotseer ik de stormen op zee.
Ik hijs alle zeilen, ik moet me beijlen
voor ‘t eind van de reis: het visparadijs.

Geen scheepsbeschuit, bonen of smerige brij,
maar kaviaar, witbrood en vlees in gelei.
Je hoeft niet te werken voor een karig loon,
en flessen vol rum groeien daar aan de boom…

refrein.

In m’n oliepak en m’n zuidwester,
trotseer ik de stormen op zee.
Ik hijs alle zeilen, ik moet me beijlen
voor ‘t eind van de reis: het visparadijs.

De kroegen die schenken daar gratis hun bier,
alle vrouwen zijn in voor een avond plezier.
De zon schijnt er altijd, niets is er te dol,
het glas nooit half leeg, maar altijd half vol….

refrein

In m’n oliepak en m’n zuidwester,
trotseer ik de stormen op zee.
Ik hijs alle zeilen, ik moet me beijlen
voor ‘t eind van de reis: het visparadijs.